Agenda
<< Februari 2012 >> 
 zo  ma  di  wo  do  vr  za 
     1  2  3  4
  6  81011
131415161718
202425
272829   

Geschiedenis van de Woudste Kerk

Aan de drukke verkeersweg van Delft naar het Westland vindt men, onder de gemeente Schipluiden, het oude kerkdorp 't Woudt. Hoewel de glastuinbouw van het Westland en de flats van de omringende steden erg nabij zijn, ligt de kleine woonkern zelf nog te midden van de weilanden.

't Woudt, een erfenis uit de Middeleeuwen, heeft als geen ander dorp in de drukke Randstad zijn bebouwingspatroon door de eeuwen behouden. Op dezelfde plaats als vierhonderd jaar geleden ontmoet men een kerk, een voormalige pastorie, een kosterswoning, enkele gerestaureerde arbeidershuisjes en een drietal voorname oude boerderijen. De overheid heeft het dorpje en het gebied tot de provinciale weg in 1970 aangewezen tot "beschermd dorpsgezicht". Deze toewijzing heeft niet geleid tot een bevriezing van 't Woudt. Buiten de oude bebouwing is de schaalvergroting in de landbouw duidelijk zichtbaar. De recente nieuwbouw doet afbreuk aan het historische dorpsbeeld, maar heeft de boeren op 't Woudt gehouden. Met hun levende have zorgen ze voor een blijvende agrarische bedrijvigheid in het schilderachtige dorp.

De naam 't Woudt vertelt hoe het oorspronkelijke landschap eruit heeft gezien. Op de zanderige kleigrond bevond zich een moerasbos van voornamelijk wilgen en elzen. Uit aardewerkvondsten blijkt dat de onmiddellijke omgeving van 't Woudt reeds in het begin van onze jaartelling werd bewoond. Kort na het midden van de derde eeuw kwam er, door het ineenstorten van de Romeinse Rijksgrens, een einde aan deze bewoning. Na 1100 was er sprake van een verhoogde activiteit van de zee, waardoor het zoute water tot in deze streek zijn invloed liet gelden. Rond 't Woudt zijn de kreekjes nog te herkennen, die in die tijd deel uitmaakten van het stroomgebied van de Lee (Lier).

Bij de ontginning van de wildernis, vanaf de 12e eeuw, handhaafde men de natuurlijke geulen voor de afwatering. Hierdoor is het patroon van de verkaveling in de Woudsepolder nogal grillig geworden.Uit vrees voor overstromingen wierpen de bewoners terpjes op om hun woonerven droog te houden. Het inklinken van de veenbodem maakte de waterhuishouding in het nieuwe landschap moeilijker. Pestepidemieën versterkten de agrarische crisis, waardoor de meeste huisterpen in de tweede helft van de 14e eeuw werden verlaten. Een aantal bewoners verplaatste hun boerderijen naar de zanderige, minder klinkgevoelige, geulafzettingen, die als hoogten in de polder zichtbaar werden. Op een verbreding van zo'n kreekrug bevindt zich het dorpje 't Woudt.

De ligging van kerk en boerderijen, op een paar honderd meter van de hoofdweg, is dus te verklaren uit de bodemgesteldheid. Omdat de kerk ook werd gebruikt als begraafplaats, heeft men het terrein nog eens extra opgehoogd. Het gebouw domineert hierdoor zijn omgeving en nodigt van ver de voorbijgangers uit om deze stille plek te komen bezoeken.

De historie van 't Woudt biedt vele kleurrijke momenten. We zullen ons beperken tot de geschiedenis van het kerkgebouwen de bezienswaardigheden die daaraan zijn verbonden. Veel belangstellenden hebben de afgelopen jaren gevraagd naar een herdruk van de uitgave "De kerk van 't Woudt" (1972).

Deze publicatie is een verkorte en gewijzigde versie van dat boekje. De gids kan zowel afzonderlijk worden gelezen als bij een wandeling in en om de kerk. Later verschijnt een meer uitgebreide studie over de geschiedenis van 't Woudt, waarin niet alleen de kerk, maar ook het dorp en zijn bewoners worden besproken. Tot die tijd begeleidt dit boekje de bezoeker tijdens de tocht door het verleden van de Woudtse kerk. Wij hopen dat de kennismaking met dit cultuur-historische monument zal leiden tot een blijvende band met het oude kerkdorp 't Woudt.

 

Het dorpje 't Woudt en een belangrijk deel van de Woudsepolder hoorden vanouds tot het grafelijke domein Hof van Delft. Toen in de 13e eeuw de bevolking in dit gebied toenam, groeide het verlangen naar een eigen kerk. Deze wens werd kenbaar gemaakt aan Bartholomeus van der Made, die in de Hof van Delft vermoedelijk het ambt van villicus of hofrechter bekleedde. Een dergelijke functionaris vertegenwoordigde in een bepaalde rechtskring de graaf. Van Bartholomeus van der Made is bekend dat hij zich met verschillende kerkelijke zaken heeft beziggehouden. Hij bezat het recht om een kerk te stichten (fundatierecht) en om een pastoor voor te dragen (patronaatsrecht).

Daarnaast beschikte hij over de tienden van de gewassen (tiendrecht) , waarvan een deel was bestemd voor het onderhoud van kerk en pastorie. Omstreeks 1264 heeft hij de Oude Kerk (tot 1381 St. Bartholomeuskerk) van Delft

Lees meer...

 

De geschiedenis van het kerkgebouw is aan de stenen af te lezen. Het onderste deel van de toren bestaat uit zware kloostermoppen en kan nog uit de stichtingstijd dateren. Vóór de jongste restauratie {1957-1959) waren op de oostelijke torenmuur nog sporen zichtbaar van het eerste kerkje, dat niet veel breder was dan de toren. Het huidige schip, opgetrokken met bakstenen van een kleiner formaat, werd omstreeks 1500 gebouwd. Het omsluit de toren aan drie zijden, waardoor tussen de zijmuren en de torenflanken kleine zijbeuken zijn ontstaan. In die tijd heeft men ook de toren hoger gemaakt, zoals duidelijk blijkt uit het bouwmateriaal vanaf de onderkant van de bovenste galmgaten. De oude dubbele galmgaten, gevat binnen een rondboog, werden toen dichtgemetseld terwille van de architectonische eenheid. Bij de restauratie zijn ze weer in het zicht gebracht, om te tonen hoe de vroegere toren

Lees meer...

 

Omdat er, voor zover bekend, niets bewaard is gebleven van het " kerkelijk archief van vóór de Reformatie zijn we wat deze periode betreft afhankelijk van andere, meer indirecte bronnen. Het oudste gegeven over de parochie 't Woudt - naast het patronaatsrecht - treft men aan in een oorkonde uit 1304 van het Delftse klooster Koningsveld. Hierin wordt een zekere Ghoeswijn "pape (pastoor) van den Woude" genoemd. Wie de patroonheilige van de kerk is geweest, staat vreemd genoeg nergens vermeld. In een stuk van het bisdom Utrecht worden de parochiegrenzen wel precies omschreven. In de katholieke periode woonde de bevolking, die onder de kerk van 't Woudt viel, verspreid over het grondgebied van de parochie. In die tijd stonden hier niet meer dan enkele tientallen huizen. Uit een grafelijk onderzoek van februari 1369 kan men afleiden dat "'t Wout ende Harnasse" (een ambacht je bij 't

Lees meer...

 

Op 2 augustus 1572 werd in Delft een keur afgekondigd, waarin stond vermeld dat de Nieuwe Kerk in het vervolg voor de "Gereformeerde Religie" zou worden bestemd. Hoewel slechts een minderheid van de bewoners was aangesloten bij de jonge calvinistische gemeente, wist zij dankzij de steun van een aantal fanatieke watergeuzen haar wil op te leggen aan het stadsbestuur. Op het platteland rond Delft was de situatie in die woelige periode niet veel anders. Gesteund door de gewestelijke en de lokale overheden mochten de "ghereformeerden" de bestaande kerken inrichten voor hun eredienst.Uit een Haarlems' handschrift met betrekking tot het geslacht Van der Burch blijkt dat "de seer constelyck beschreven glasen" (gebrandschilderde ramen) van de kerk van 't Woudt "ten deele syn uytgesmeten ten tyde (dat) het Crychsvolck van den Grave van der Marck aldaer was leggende". Hier

Lees meer...