Wij zijn in de adventsperiode aangekomen. Advent betekent: naar ons toekomen. God kan de ellende van mensen niet aanzien, breekt door grenzen heen en komt naar ons toe in de persoon van Zijn eigen Zoon. Hij komt niet alleen voor degenen, die al in Hem geloven. Hij komt ook, om “recht te doen uitgaan naar de volkeren”. Dit jaar voor het eerst valt dát me op in de bekende belofte, die God door de woorden van Jesaja aan Zijn volk heeft gedaan.
“Zie mijn dienaar… in hem heeft mijn ziel behagen;
geven zal ik mijn geest over hem,
recht zal hij doen uitgaan naar de volkeren.
… op zijn onderricht wachten de verste kusten.” (Jesaja 42: 1,4 – Naardense Bijbel)
God heeft de hele wereld op het oog wanneer Hij de Redder naar ons stuurt. Het volk van God verwachtte een Messias, die naar hén zou komen. Ook toen heerste er een mentaliteit van “eigen volk eerst”. Maar God liet de profeten zien, dat het werk van de Messias een veel groter bereik zal hebben. Overal ter wereld verlangen mensen naar God en dat laat Hem niet koud.
Jezus kwam daarom ook voor de mensen in de donkerste dalen van het leven, voor mensen aan de rand van de samenleving en Hij wil er zijn ook voor de mensen, die binnenkort aan de rand van ons dorp gaan wonen.
Laten we bidden, dat wij, die “het recht”, het leven met God kennen, het ook zichtbaar kunnen maken voor allen in het dorp. Niet alleen voor onze familie en vrienden, maar voor allen, die naar Licht verlangen. Want “God, onze redder wil, dat alle mensen worden gered en de waarheid leren kennen.” (1 Timoteüs 2:3,4)
Emőke van Bolhuis
