info@woudtsekerk.nl
Protestantse Gemeente 't Woudt - Den Hoorn
Protestantse Gemeente 't Woudt - Den Hoorn

Bij de laatste zondag van het kerkelijk jaar

Op 21 november is het de laatste zondag van het kerkelijk jaar. We hebben de mensen herdacht die ons het afgelopen jaar door de dood zijn ontvallen. We lazen het visioen uit Zacharia 6: 9-15 over een hogepriester, een koning en de tempel die wordt herbouwd. We lazen over Jezus die onze hogepriester is (Hebreeën 4: 14-16) en over het nieuwe Jeruzalem (Openbaring 21: 9-12, 21 – 27). Oftewel: in Christus geeft God ons vergeving voor het verleden, Zijn nabijheid en troost in het heden en hoop voor de toekomst.

In het Oude Testament ging de hogepriester met offers naar God: met offerdieren en reukwerk. Hiermee beeldde hij uit dat hij naar God ging met de zonden van het volk. Met alles wat er scheef was gegaan. Bewust of onbewust. Persoonlijk of collectief. Om die zonden te belijden voor God; om vergeving te vragen. Eens per jaar werd daarbij een lam geofferd. De zonden kwamen symbolisch op dat lam terecht. De hogepriester ging zo naar God om van Hem verzoening te ontvangen voor de zonden. En dit bracht hij weer terug naar de mensen: Gods woord van vrijspraak en van zegen. Deze offers moesten steeds weer gebracht worden. ‘Christus daarentegen is (..) voor eens en altijd het hemelse heiligdom binnen gegaan, en dan niet met het bloed van bokken en jonge stieren maar met Zijn eigen bloed. Zo heeft Hij een eeuwige verlossing verworven.’ (Hebr. 9: 11-12). Hij heeft voor eens en altijd het offer van Zijn leven gebracht (Hebr. 7:27). Nu wij een hooggeplaatste hogepriester hebben die de hemel is doorgegaan, Jezus, de Zoon van God.. laten we twee dingen doen: 1. Laten we vasthouden aan het geloof dat we belijden. Namelijk: Jezus is Heer. Hij heeft voor ons als hogepriester het grote offer gebracht voor onze zonden. Hij is opgestaan uit de dood en Hij komt terug en sticht de nieuwe hemel en de nieuwe aarde. 2. Laten we dus zonder schroom naderen tot de troon van de Genadige, waar we telkens als we hulp nodig hebben barmhartigheid en genade vinden (Hebr. 4: 14-16). Oftewel: laten we bidden. Samen in de kerk en op kringen; persoonlijk thuis en waar we ook zijn.